Outreachend aan 't Werk

Je ontdekt vanzelf uit ervaringen wat kansen biedt en wat weinig nut heeft. Tieners en jongeren geven die signalen echt wel af. Zo leer jij als straathoekwerker de positieve kansen, “dat wat werkt” te gebruiken bij nieuwe situaties. Dit verleden heeft dus echt wel zin om te gebruiken in het heden. Maar in het heden blijft het zaak om niet te vervallen in generaliseren, denk dus nooit; dat is weer zo'n groep – of – daar heb je weer zo iemand. Iedereen die je ontmoet is uniek. Zo, door elke keer opnieuw iemand of een groep te ontmoeten, val jij minder snel in eerder meegemaakte valkuilen. Zoals jij jouwzelf op vaste standplaatsen laat ontmoeten zo ga je ook zelf op zoek naar nieuwe plekken. Voor dat jij er erg in hebt ontmoet je anders nog maar een gedeelte van alle groepen omdat die andere tieners en jongeren, om verschillende redenen daar echt niet komen. Wanneer het lukt maak je vaste afspraken met groepen en personen, liefst wekelijks.

Op deze manier, met de positieve ervaringen van jezelf, lukt het ook om ruimhartig, ontwapenend en uitnodigend voor een zelfstandiger leven van die anderen aanwezig te zijn.

Dat geeft meer kansen bij al die groepen waar jouw stichting, de gemeente of de politie je graag wilt hebben omdat er bijvoorbeeld (over) last is in een buurt. Zo kan er begonnen worden om een vertrouwensrelatie op te bouwen. Dan kan het lukken om tieners en jongeren te motiveren om zelf iets aan hun situatie te gaan doen. Ervaring heeft ook geleerd dat je anderen erbij moet betrekken, collega's, netwerken etc. Als het zover gekomen is dan werk je outreachend! Wanneer nodig geef iets meer aandacht, toon iets meer belangstelling en ondersteun of help altijd mee voor een doorverwijzing of bij een vastgelopen hulpaanbod.

 Laagdrempelig is voor de straathoekwerker;

geduldig blijven, een kans afwachten.

…….dan een stapje zetten.

Het werkt pas goed wanneer anderen ook geduldig kunnen blijven.

 Laagdrempelig contact onderhouden is;

geen obstakels of hindernissen om je heen ondervinden

 waardoor de ander moeilijker goed contact met je kan maken.

 

We beginnen dan maar bescheiden want het kan ook juist….. ...zonder Straathoekwerk erbij… (klik op deze link als je denkt HOEZO?)



Dus…weg met al die hindernissen, obstakels en versperringen

Hindernissen zijn ook; ik heb nu even geen tijd, we sturen je wel een inschrijfformulier, we nemen nog wel contact met je op,

    bel volgende week maar terug, ik zal jou zo snel mogelijk terug bellen, wegens vakantie gesloten, je contactpersoon is ziek,

    hij is niet aanwezig hij is op cursus,  etc.

Obstakels kunnen ook gevormd worden omdat er wel een goed jeugdbeleid is en er wel de goede voorzieningen zijn;

    welke drempel blijft er dan “misschien”  nog over? De uitvoerders, wij dus de tiener- en jongerenwerkers.

Wanneer tiener- en jongerenwerkers geen affiniteit meer voelen met jongeren, wanneer enthousiasme is verdwenen,

    wanneer het gaat ontbreken aan geduld en begrip dan wordt het toch echt tijd om verder te solliciteren.

Wanneer ik altijd binnen mijn werktijden blijft en zo professioneel blijf  handelen mis ik misschien niets maar een ander vast wel,

    veilig genesteld in de CAO. Is dat de logica, de keuze of de beroepsethiek, of gaat het dan toch gewoon om de centen?  

Straathoekwerk of vindplaatsgerichtwerk of hoe het ook genoemd wordt als het maar “voldoende” op de plek is waar het moet zijn.

   Dat kan niet wanneer “de beschikbare tijd” teveel wordt opgesnoept door onmisbare netwerkactiviteiten, registratie en al die andere belangrijke zaken.

 

Bij veel activiteiten moet er rekening gehouden worden met de voorwaarden!

Deze voorwaarden of kerntaken horen ook bij ander netwerken duidelijk te zijn. Immers wanneer participerende activiteiten worden opgezet

zullen andere volwassenen mee werken aan de vormgeving van een activiteit.

Een straathoekwerker hoort zichzelf indien nodig in te zetten voor een groepgsgerichte vrijetijdsinvulling met de mogelijkheden vanuit de groepsleden.

Dit moet samen gaan met het welzijn te willen kennen van deze jongeren waar betrouwbaarheid van de werker deel van uitmaakt.

De signaleringsfunctie en de belangenbehartiging van de werker moeten door deze jongeren gevoeld worden.

Vanzelf komt de brugfunctie dan ook te voorschijn (uitwisseling, contactactiviteiten).

het lukt wanneer situaties doorbroken kunnen worden (ik stond erbij en keek er naar = te weinig).

Dit welzijnswerk stopt niet voor de deur maar stopt ook niet achter de deur.

Ik heb jaren meegewerkt als vrijwilliger in tieneraccomodaties én met thema gerichte activiteiten buiten tiener- en jongerencentra om. Ook als vrijwilliger voor kerkelijk jeugdwerk, als jeugddiaken en als jeugdouderling heb ik veel met tieners en jongeren samen gewerkt. Juist met de activiteiten waarbij ik tieners en jongeren  buiten de  centra ontmoet ben ik hen anders gaan bekijken.  Hoewel in de centra echt goede contacten ontstaan ontdekte ik dat zij in hun eigen leefomgeving op straat en elders vaak iets anders van zichzelf lieten zien. Iets dat niet of moeilijk zichtbaar kan wordt in die centra. Ik kwam en kom hen nu tegen op momenten dat ze alles spuugzat zijn, vrolijk zijn, irritant .. en ga zo maar door.  Er is geen ruimte meer om jezelf beter voor te doen of  anderen de schuld te geven.  Op straat wordt ik hier direct mee geconfronteerd. Er is geen tijd om iets te verbloemen, aan te passen of weg te drukken.  Op anderen of omstandigheden afschuiven is dan nog niet altijd in hun hoofd opgekomen. Later vaak wel en wanneer zij bijvoorbeeld in een tienercentrum zijn zal het - later toegevoegde – echt wel meetellen. Zo blijft bijvoorbeeld hun eigen onmacht regelmatig te goed verscholen terwijl omstandigheden of anderen te veel de nadruk krijgen. Wanneer tieners het centrum niet meer bezochten dan waren de contacten ook vaak direct verbroken. Bij het straathoekwerk kan er juist dan op ingezet worden. Ik heb geleerd dat het “buitenwerk” onmisbaar is om het “binnenwerk” goed te kunnen doen. Ook dat is een les geweest vanuit “outreached” straathoekwerk.  Van mezelf durf ik vast te stellen dat ik in de periode dat ik alleen in een centrum actief was, veel van hun echte leefwereld en dus van henzelf heb gemist.

Nog te flauw voor 13 limericks of herkent iemand dit?

 1Een straathoekwerker in Drachten

stond al weken op een lege hoek te wachten.

Eindelijk zag een groepje jongeren hem in de kou

en vroegen; hoe gaat ’t nu met jou.

 

2Zij zit al jaren in het vak,

ze kent die groep van achter en van voor.

Nu neemt ze eindelijk haar gemak,

en zingt ze alleen nog in een vrouwenkoor.

 

3Ze stonden bij ’t parkje achter het portiek

altijd met blikjes bier en luide muziek.

De straathoekwerker vond het geen gezicht

en liep door, vindplaatsgericht.

 

extraEen groepje ongeregeld hing in ’t schemer tegen een lantaarnpaal,

er kwam een fietser zonder licht voorbij ’t stel.

Eén van de slimste zei; ’t is een schandaal,

Die had geen eens een deksel op de bel!

 

4De jongerenwerker wist het; hij verkocht paddo’s en ander bocht

- die tieners, er was niets mee te beginnen.

Iemand van de politie vond dat het moest worden uitgezocht.

Maar die vertrouwensrelatie hield zijn informatie binnen.

 

5Een hangjongere zei tegen de straathoekwerker

die uitzetting uit de jeugdsoos is wel erg kras.

Eigenlijk is het nog sterker.

Omdat; zei die hangjongere, ik nog niet eens binnen was.

 

6Een straathoekwerker deed het outreached,

bij de shop zag hij “hem” de deur uit gaan.

Hij vroeg; kan ik mee, ‘k heb een kapotte fiets.

Da’s best ik moest toch bij de fietsenmaker aan.

 

6In een groepsgesprek met “stoned, leip, dronken en high” als medestander

werd elke gestelde vraag hilarisch serieus beantwoord.

De gespreksleider dacht; we komen tot elkander.

De rest dacht; die is goed gestoord.

 

extraEen agent bekeurde 2 knapen voor alcoholisch drinken op straat

en hij schreef de namen netjes in z’n boekje.

De oudste knaap zei; ’t is al laat,

komt er straks weer zo’n bezoekje?

 

7Een straathoekwerker hielp een jongen met wat raad.

Die jongen wilde wel eens veranderen.

Hij zei; maar het moet zoals ik wil dat het gaat.

Da’s goed zei de straathoekwerker; probeer dat maar bij anderen.

 

8Een tiener wilde ook wel eens iets verhalen.

Dat ging niet rechtstreeks maar op haar eigen wijze.

Dat bleek ik verkeerd te vertalen, 

zo werd ik spontaan de eigenwijze.

 

9Ik discrimineer niet, ik ben tegen geweld en stelen,

ik gooi geen troep op de grond.

Ik treiter niet en ik kan gemakkelijk delen.

Ben ik eigenlijk wel gezond?

 

extraEen stel meiden stonden op de hoek te wachten bij de shop

ze vroegen iedereen; haal je voor ons wat op.

Eindelijk ging een voorbijganger met hun 10 euro het ophalen,

maar hij kwam nooit meer terug – dat is balen.

 

 10Een jongerenwerkster hoort van een kraak

en ze gaat verder met haar taak.

De inbrekertjes zitten gelaten en uitgezakt,

terwijl zij haar fietsband in ’t halletje plakt.

 

11De beste straathoekwerker is de buurvrouw op het juiste moment,

de vriend die net even langer door bleef gaan.

van anderen was het alleen maar lucht en slecht chement.

Goed om te weten voordat we zelf op een voetstuk willen staan.

 

12Veel jongeren die vroegen; wanneer gaat het nou ’s open,

jullie hebben het al lang beloofd.

De straathoekwerker zei; nu eens goed in je oren knopen, 

eerst zien voordat je wat geloofd.

 

 

13In Smallingerland ja zelfs in Drachten,

kan je wel eens vergeefs op een camper wachten.

Daarom een kritische blik op mij

(lekker ver weggestopt maar toch erbij)

 

Afspraak vergetenNiet op tijd gekomenVergeten op te schrijvenTe lang afgewacht!!!!

 

Beter af zonder Straathoekwerk

 

Regelmatig kom ik bij een groepje tieners waar nogal wat ongewenst gedrag vertoond wordt. Voor ouders is dit ook vaak een probleem en het lukt soms om tieners een nieuwe start te laten maken. Een andere school in een andere plek en waneer hun kind zelf hier ook nog achter staat dan zijn er echte kansen. Zelf ben ik mobiel met de camper en hierdoor kunnen tieners onderling wel eens iets regelen om elkaar gemakkelijker tegen te komen.

 

Ouders  zijn voor mij de eerste en belangrijkste mensen voor hun eigen kind(eren). Zo belde een moeder mij op om over het bovenstaande te praten. Ik begreep al snel waar het haar om te doen was en zei dan ook dat ik dit goed begreep en er rekening mee zal houden.

 

Een nieuwe start voor haar zoon wil ook zeggen dat het belangrijk is dat hij niet meer afhankelijk is van de contacten met het groepje tieners. Dezelfde tieners die bij mij komen dus. In dit geval is het straathoekwerk het beste bezig door aan de wens van deze moeder toe te komen. Dat er dan weer flink kan worden geschoven in afspraken is soms voor niemand prettig. Uiteindelijk kan de betreffende groep tieners en jongeren hier  niet de dupe van worden.

 

Welzijnswerk ondoorzichtelijk, oncontroleerbaar? Natuurlijk niet! 

                                                                                                  

De Essentie van outreached straathoekwerk is meer dan een uitstekende beschrijving over de doelstellingen. Doelstellingen kunnen gehaald worden of niet. Het is meer dan mooie plannen maken over samenwerking en over de inhoudelijkheid. Natuurlijk is dit onmisbaar maar de praktische “uitvoering” daar draait het om. Dat is al snel meer dan bij overlast langs komen, het is ook meer dan signalen opvangen en doorgeven. Het is zelfs meer dan tieners en jongeren ergens heen verwijzen. Dat zijn juist de gemakkelijke klussen. Het onderhouden van contacten en het volgen van – wat er met de signalen en verwijzingen gedaan wordt is juist belangrijk. Zo krijg ik bijvoorbeeld een een sms-je van een tiener die de opname er bijna heeft op zitten waarin gevraagd wordt of de wiet nog even duur is? Zou dit ook gevraagd zijn aan die hulpverlener daar? Ik weet het niet, zodra een tiener uit mijn straatbeeld verdwijnt moet ikzelf contact gaan zoeken met die tiener. Straathoekwerk verdwijnt van af zo’n moment  uit beeld, althans het wordt niet in beeld gebracht als partij ten gunste van die tiener.

Daar is nog steeds dat “gat” tussen  Welzijnswerk en Zorg. In bijeenkomsten praten we met elkaar, op bepaalde niveau's is er zeker communicatie maar daar waar het nodig is nog lang niet altijd!

Een tussenverslag of projectevaluatie tot stand gekomen zonder inmenging van mijzelf kan veel steekhoudender zijn dus......

Het beeld dat de tiener- of jongerenwerker, de straathoekwerker of vrijwilliger heeft van een uitgevoerde activiteit kan gemakkelijk een ander beeldvorming zijn dan die van de tieners en jongeren. Wanneer er echt gemeten moet worden of een activiteit geslaagd is of niet zijn conclussie pas goed te trekken wanneer deze informatie bij de doelgroep opgevraagd wordt.

Laat een ander maar onderzoeken hoe ik gewerkt heb. Laat die ander maar al die doelgroepen op zoeken. Laat die ander maar vragen; ken jij die straathoekwerker, wat heeft hij voor jullie betekend. Laat die ander maar - door die gesprekken - vaststellen of ik die doelstellingen benadert heb of  ik aan de beschrijving heb voldaan of niet. Op deze manier is het niet een zakelijke afweging. Het wordt een maatschappelijk- sociaal onderbouwde registratie. Een afspiegeling van de werkelijkheid. Zoals in een goed bedrijf – aan echte kwaliteitscontrole doen. Deze toetsing kan het best door een onpartijdige instantie kunnen worden gedaan. Zo wordt het straathoekwerk een echt “sociaal”-product. Geef het maar een naam; Maatschappelijke kwaliteitscontrole.   De kern van de zaak; hoe serieus nemen wij de  doelgroepen; daar gaat het immers om. Ik was zelf in ieder geval heel tevreden dat het tussenverslag op deze manier tot stand was gekomen.Stagieres deden het zelfde; zonder inmenging of  bemoeizucht van de straathoekwerker mochten zij tieners en jongeren benaderen en zonder controle achteraf mochten zij hier een rapportage van maken en afgeven.

KIJK BIJ VOORBEELDEN

 (ga terug)