
Een straathoekwerker vanuit het welzijnswerk die weinig van zichzelf laat zien, dat lijkt mij niet mogelijk.
Hoe meer iemand over zichzelf schrijft of verteld hoe groter de kans op kritiek wordt.
Dat komt er dan ook wel eens, maar zo blijft er tenminste communicatie.
Er is nu eenmaal een verschil in de werkwijze vanuit welzijn tot zorg/hulpverlening
Ik kom er niet onderuit om duidelijk te zijn over onderwerpen die ikzelf belangrijk heb leren vinden.
Wanneer wij tieners en jongeren willen leren kennen mogen zij dat ook van ons verlangen!
►EVEN VOORSTELLEN ► GEREEDSCHAPSKIST ► IN HET BEGIN ► DE OMGEVING
► DE DIALOOG en VOORLICHTING ► WELZIJN & RISICOMIDDELEN ► IN GESPREK & IN GESPREK BLIJVEN
► BETROKKENHEID IN EIGEN OMGEVING ► ACTUALISEREN ► HET MAG OOK EENS ANDERS
► GEWOON, VAAK HET BEST ► NAAR HET NU ► PARTICIPATIE EN JEUGBELEID ► KRITIEK
In 2001 ben ik in de gemeente Smallingerland begonnen voor het straathoekwerk. Toen ik begon zag ik dat er al een goede overlegsituatie bestond tussen de gemeente en instellingen die zichzelf voor tieners en jongeren inzetten. Zo kon er direct contact met het Jeugdloket of de Verslavingszorg zijn. Momenteel is het Centrum voor Jeugd & Gezin voor het straathoekwerk een belangrijk startpunt. Het straathoekwerk wordt ook bij de politie en de S.V.S. serieus genomen en omgekeerd is dit ook het geval. Zonder vertrouwensrelaties te verstoren is het best mogelijk om goed samen te werken, juist ook in het voordeel van tieners en jongeren zelf. Het straathoekwerk is binnen het gemeentelijk welzijnswerk geïntegreerd. Wat dit betreft kwam ik dus in een prettige werkomgeving terecht. Regelmatig zijn of worden tieners en jongeren door de gemeente betrokken om mee te denken over nieuwe voorzieningen, zoals voor de verschillende locaties waar spel- en/of vertoefvoorzieningen worden of zijn aangelegd. In deze omgeving moeten voldoende uitdagingen zijn om mee te werken aan het welzijn van tieners en jongeren en een leefbare omgeving.

Al vanaf mijn 18de werk ik met plezier mee aan allerlei soorten jeugdactiviteiten. In sommige plaatsen was in er in die periode nog geen tienerwerk en het is best leuk om met anderen pionier geweest te zijn. Overal waar ik gewoond heb kon ik het niet laten om hiermee door te gaan. Omstreeks de jaren ,60/,70 jaren heb ik meegewerkt met het opzetten van ruimten en speelterreinen voor kinderen in enkele binnensteden. Toen was het nog mogelijk dat enthousiaste inwoners een plek, materialen, en een bedrag en hulp toegewezen kregen van een gemeente om dit op te zetten. Een oude brandweerloods en een leeg munitiedepot waren gebouwtjes waar het jongerenwerk in die periode een plekje kreeg. Later heb ik meegeholpen in en met activiteiten voor de verslavingszorg en samen met tieners ben ik enkele weken op verschillende locaties gaan helpen. Sinds een jaar of 15 vind ik persoonlijke contacten met tieners en jongeren belangrijker en waardevoller geworden. Door groepsactiviteiten met veel persoonlijke contacten kreeg ik steeds meer belangstelling voor persoonlijke betrokkenheid. Het viel mij op dat jongeren die aandacht kregen vanuit bijvoorbeeld de hulpverlening deze aandacht zomaar onderbroken werd, gestopt werd, onaangesloten doorgesluisd werd, informeer zelf maar verder bij jouw eigen omgeving. (dit neemt natuurlijk niet weg dat er ook wel goed werk zal worden afgeleverd). Ikzelf ben geen hulpverlener en daarom probeer ik het dan ook maar met luisteren en begrijpen zonder voorwaarden vooraf. Voor veel van deze tieners en jongeren is een plek waar ze even echt rust kunnen vinden ook belangrijk. Een middag in het bos wandelen met twintig zinnetjes kan meer betekenen dan een “uur” -gesprek met een tafel er tussenin.
Hiermee bedoel ik de omgeving waar ik jongeren meestal tegenkom. Vaak ergens op straat natuurlijk, om en nabij een hanghok of school of andere verzamelplaatsen maar ook wel in en rond een tiener- of jongerencentrum of in de kroeg. Het zijn vaak deze omgevingen waar zij zichzelf profileren en zich oriënteren. Het is dan ook daar waar hun leefwereld is, waar zij afreageren en o.a. zichzelf en de anderen uit kunnen testen. Vaak met o.a. datgene van wat ze thuis, op school of op het werk meekrijgen aan opvoeding, scholing, waarden- en normenbesef. Het milieu van de vrije tijd, de prestatiedrang, het zoeken en uitproberen van onafhankelijk zijn etc, alles bij elkaar dus hun eigen cultuur. In deze cultuur heeft muziek een belangrijke plaats misschien wel voor velen een overheersende plaats. Hier vereenzelvigen jongeren zich of zetten jongeren zich van anderen af. Het is een periode van keuzes maken of bewust juist nog niet maken. Deze periode mag niet als een subcultuur worden beschouwd maar zal serieus moeten worden genomen. Jongeren kunnen net als volwassenen onuitstaanbaar zijn en oervervelend. Hier is dan ook mijn insteek voor het tiener- en jongerenwerk. Ik moet begrip kunnen houden voor de tijd die tieners nodig hebben om zich goed te kunnen oriënteren op zichzelf en de wereld om hen heen. Niet alleen de ontdekking van iets belangrijks voor hun leven maar ook de waarde die bij deze ontdekking hoort zullen zij in moeten kunnen schatten. En…. het is de tijd dat ze jong zijn en hiervan moeten kunnen genieten.

Er wordt heel wat besproken en gesproken met tieners en jongeren, steeds vaker krijgen jongeren de informatie én de keuze vrijheid. Zij moeten zelf maar ervaren of leren of iets goed of fout is. Steeds minder durven of willen volwassenen zeggen; dat vind ik niet goed – of nog duidelijker – daar moet je van afblijven -. Natuurlijk hebben ze gelijk, volwassenen die zeggen; Zij moeten zelf kiezen, maar het is toch wel eens goed om te weten hoe zijzelf (volwassenen) ergens over denken. Gewoon laten zien waar je voor staat. Stelling nemen hoort ook bij goede voorlichting, jongeren vragen ook echt wel om die duidelijkheid. Ik vind het jammer dat dit vaak pas gebeurt wanneer er al heel veel mis is gegaan en dan opeens moet het ook zo.
Tieners die hun grenzen verkennen zullen hun experimenteergedrag nog wel eens op een joint proberen. Sommigen houden het snel gezien. Anderen kunnen er redelijk mee omgaan en thuis, op het werk, school of elders hebben ze er niet veel hinder van. Maar dat is lang niet altijd het geval. Bij weer anderen zal het hun leven gaan beheersen. Dat wil zeggen: "je bent niet meer vrij in jezelf". Blowen wordt voor hen een middel om het "onbehaaglijke" in hun hoofd even kwijt te raken.
Het groepsgevoel of het erbij willen horen en het uitproberen dus grenzen verkennen zijn normale verschijnselen. En niemand zal moeilijk doen als dit binnen de geaccepteerde normen gebeurt. Toch niet zo vreemd dat tieners hieraan willen tornen en uitproberen tot hoever die grens overschreden kan worden. Soms willen ze dit juist en willen ze het ons ook laten merken. Meestal vinden ze hun eigen weg en spelen het spel van normen en waarden met ons mee. Dan wordt die periode van extra zorg van ouders weer rustiger. Dit hoort bij het groeien naar volwassenheid. Maar niet altijd gaat het zo. Nogal wat tieners hebben problemen met het "niet" geaccepteerd worden in de periode voordat zij begonnen met blowen of andere middelen. Ze voldeden dan vaak niet aan de verlangens (ideaal beeld / toekomstverwachting) van ouders, leerkrachten of andere mensen met wie ze te maken hebben. Daarnaast zijn probleemgebruikers van o.a. ook speed, paddo’s en pillen regelmatig tieners waar terugkerende conflictsituaties een rol van betekenis spelen. Een andere groep gebruikers zijn tieners en jongeren die met grotere regelmatig onbegrepen, vervelend, druk en asociaal overkomen door een vorm van autisme of ADHD, gedragsontwikkelingsstoornissen, persoonlijkheidstoornissen etc. Maar niet te verwaarlozen zijn de tieners die met onverwerkte "vervelende" ervaringen blijven zitten en uiteindelijk hun heil zoeken in risicomiddelen. (genotsmiddel vind ik hier niet meer van toepassing)

Het geestelijke welzijn in deze periode van kinderen en tieners is een belangrijke drijfveer voor de vlucht in blowen en andere risicomiddelen. Neem hierbij de "kwalitatief" toegenomen werkzame stoffen van bepaalde drugs en de sociaal veranderende leefwereld; tel uit je winst! Zolang dit stukje welzijn uit het leven van deze kinderen en tieners (de periode vooraf en tijdens) ondergeschikt is bij preventieve activiteiten zoals voorlichtingsprogramma's blijft deze voorlichting onvolledig. De reden om nog niet willen stoppen blijkt nogal eens te liggen in de angst voor wat er dan allemaal uit het onverwerkte verleden naar boven kan komen. Volgens mij zal voorlichting niet altijd hoeven te beginnen met; leer ze er mee om te gaan want er wordt toch gebruikt. Bij elkaar genomen hebben deze tieners en jongvolwassenen dan ook vaak een opeenstapeling van problemen van diverse aard. Er van af leren blijven is alleen vaak niet voldoende, juist de reden waarom dit gebruik zo belangrijk was moet voldoende aandacht krijgen. Dat hier een kern van waarheid in schuilt, blijkt wel uit de problemen met deze jongvolwassenen in de gezondheidszorg. De GGZ, Jeugdhulpverlening, het RIAGG, de Verslavingszorg zullen veel jongvolwassenen tegenkomen met dit soort problemen. Hulp bieden aan en verwijzingen van jongvolwassenen naar goede instanties wordt dan nogal eens bemoeilijkt omdat er naast een drugsprobleem ook sprake kan zijn van gedragsproblemen, emotionele problemen en maak zelf de waslijst maar langer. Veel ouders met zulke kinderen herkennen dit en niet alle ouders hebben altijd geluk. Zij lopen van het ene spreekuur naar het andere, soms jaren door. Maar de problemen van hun kind zijn blijkbaar te complex. Dus moet er dan iets ergs gebeuren of veel doorzettingsvermogen én geluk voordat de hulp die nodig is pas echt gegeven kan worden. En natuurlijk blijft het feit van de eigen verantwoordelijkheid bestaan bij het drugsgebruik. Het - er niet meer zonder - kunnen betekent niet dat er dan geen keuze vrijheid meer zou zijn. Alleen al omdat je in zo'n geval altijd nog een beroep kan doen op een ander om je hierbij te helpen. De hulpverlening is zich steeds beter bewust van de "Double Trouble" (dubbele problemen/zorg) en in de aanpak wordt hier dan ook aandacht aan besteed. Ouders die druggebruikende kinderen hebben en hier graag met lotgenoten over willen praten kunnen zich bijvoorbeeld opgeven bij LSOVD (ouders van drugsverslaafden). Leden ontvangen 4 keer per jaar het tijdschrift "Info".
Ouders
Je zal er maar zelf voor komen te staan
dat je kind je de baas is
en je buiten hoort zeggen
het ligt aan de opvoeding thuis
en dat.....
terwijl je er alles aan hebt gedaan
en er alles aan doet
je zal dat kind maar hebben
dat de sfeer voor iedereen thuis bederft
en je machteloos
en hulpeloos
je eigen grenzen gaat verleggen
omdat het niet anders meer kan
en steeds blijft dat kind je de baas
je wilt blijven geloven
blijven vertrouwen
terwijl je het van binnen weet
terwijl het geen waarheid meer is
gespannen ga je het weekend tegemoet
's nachts slaap je onrustig en wacht op...
jouw ogen liegen niet
je bent moe, doodop
en je kind
het blijft je bewerken
het sloopwerk gaat door
hoelang nog kan je dit aan
moeder
hoe lang nog moet jij als man
zien hoe je vrouw
alle weerstand wordt ontnomen
door dat kind
dat eens liefdevol
en vol vertrouwen
in jullie armen werd gedragen
IN GESPREK & IN GESPREK BLIJVEN
Centraal staat voor mij het contact dat onderhouden moet blijven worden met tieners en jongeren waar al een basis van vertrouwen mee is opgebouwd of waar mee gepraat wordt. Van andere netwerken of volwassenen die vanuit het straathoekwerk contacten hebben gelegd met jongeren verwacht ik ook dat zij deze contacten goed afronden. Voor de kwaliteit van vrijwilligers in tiener- en jongerenwerk moet er een redelijk aanbod zijn van - op de praktijk - gerichte actuele cursussen. Instellingen die met vrijwilligers samenwerken nemen dan ook pas vrijwilligers serieus.

BETROKKENHEID IN EIGEN OMGEVING
De betrokkenheid van inwoners zelf is meestal groot omdat zij deel uitmaken van de gemeenschap waar het zich allemaal afspeelt. Ik vind dat je soms risico's moet durven nemen om iets echt te veranderen. Als inwoners in hun plan geloven, er genoeg draagvlak voor is en plannen uitvoerbaar lijken dan kunnen instellingen hun medewerking gemakkelijker verlenen. In deze periode moet je soms durven confronteren, maar evenzo moet je open staan voor de motivatie van een ander en je eigen inzichten hieraan bij kunnen stellen. Ook is er de laatste jaren meer aandacht gekomen voor preventieve jongeren activiteiten. Het voordeel hierbij is; tieners en jongeren kunnen zelf deelnemen vanaf de voorbereiding tot het einde van de activiteit. Betere participatie en een grotere betrokkenheid zijn bijna niet denkbaar.
![]()
Jij...
Sorry
Sorry
dat ik niet heb gezien wat je wilde verbergen
Dat
ik niet hoorde wat je niet bespreekbaar kon maken
Sorry
dat ik die strakke blik zag als vijandigheid
Dat
ik jouw omgekeerde volgorde van sociaal zijn niet begreep
Sorry
dat ik je niet kon helpen toen je keuzes moest maken
Omdat
mijn denken te veel uitging van het algemene
Jij
was iets anders
Maar
je moest van iedereen denken en doen als "niet" iets
anders
Een
onmogelijke opgave die je alleen kan begrijpen
wanneer
je….
alle
boekjes aan de kant gooit, alle kennis afwerpt
gewoon
weer opnieuw durft te denken en te voelen!
Ik las
ergens; sorry is het ruiterlijk erkennen van je fouten om zo alle
verdere problemen te ontlopen.
Wie dit nog nooit heeft gezegd als
beroeps of vrijwilliger, sorry niet te geloven!
En spijt hoef je
er dan nog niet van te hebben, dat is wat anders dan sorry, dus
vandaar!
Ik heb gemerkt dat ikzelf niet met een activiteitenaanbod moet komen bij groepen die ik op straat ontmoet. Wel moet ik alert zijn op de interesses bij hen. Dat moet ik uitbuiten. Daar kunnen veel activiteiten uit voorvloeien en activiteiten waar zij zich direct in kunnen vinden. Zo komen we ook bij sport, muziek, drama, film etc. terecht!
Juist in het straathoekjongerenwerk kan gemakkelijk iets voorvallen waar gemaakte afspraken geen rekening mee hebben gehouden. Er is dan geen tijd meer voor overleg en je moet direct inspelen op de nieuwe situatie. Om narigheid te voorkomen lukt het je dan niet altijd om de normale wegen te bewandelen. Dan neem je een risico. Je kan dan ook de andere kant op kijken of wel de "normale" wegen bewandelen. Dan kan er daarna bijvoorbeeld flink ergernis zijn voor vernielingen, vandalisme of iets anders. Het is daarom belangrijk om hierover vooraf of achteraf afspraken te maken. Actualiseren en signalen vroegtijdig kunnen opvangen blijft dus heel belangrijk.
Ik lees en ik bestudeer veel materiaal over de leefwereld / belevingswereld van tieners en jongeren. De bibliotheek, op internet, bij deskundigen, zodra ik meen meer informatie nodig te hebben zoek ik het op. Het meeste ga ik met tieners en jongeren zelf om en van hieruit begint dan ook meestal mijn speurtocht. ierbij ben ik ook tot de conclusie gekomen dat er niet altijd rekening mee gehouden hoeft te worden dat een activiteit bij hun leefwereld aansluit. Zo nu en dan is het goed om een activiteit uit te (laten) voeren waarbij ze juist rekening moeten houden met anderen. In de maatschappij zullen ze ook vaak rekening moeten houden met anderen. Humor en verantwoordelijkheid zijn voor mij onafscheidelijk in de omgang met tieners en bij activiteiten en projecten. Als ik te weinig plezier zou beleven aan dit werk denk ik hiermee te moeten stoppen. Bij een activiteit vind ik het belangrijk om tieners en jongeren goed te leren kennen. Een professionele houding voor een goede activiteit garandeert nog geen goede houding voor de persoonlijke belangstelling en betrokkenheid bij jongeren.

Praten en luisteren = inleven in die ander tot er echt sprake is van een gevoelsmatige identificatie.
Een blokje om lopen of een eindje rijden met een tiener en praten over wat hij of zij kwijt wil. Proberen datgene wat hem of haar dwars zit bespreekbaar te maken. Een negatief gevoel een positieve draai proberen te geven door het van een andere kant te laten bekijken. Wat slecht is ook slecht noemen en wat goed is ook goed noemen. Toegeven dat de wereld niet volmaakt is, ouders niet, de leraren niet, ik niet en zij ook niet. Dat iets te onopvallende zinnetje op kunnen vangen waar het eigenlijk om te doen was. Niet eerst vragen waarom doe je... maar; hoe gaat het nu met jou! Of gewoon leuk op de hoogte blijven. Ik heb de ervaring dat een activiteit het beste resultaat krijgt als er echte contacten met tieners en jongeren zijn opgebouwd tijdens deze periode. (Een blokje om lopen of een eindje rijden met een tiener wordt door ouders nogal eens moeilijk geaccepteerd. Meestal door de vader of moeder van die bewuste tiener. Ouders moeten daarom ook bekend zijn met het straathoekwerk en de doelstellingen).
Is er veel verandert met 45 jaar geleden, toen ik zelf op de “lagere school” zat? Was er toen niet meer regelmaat zoals bijvoorbeeld de wasdag en op vrijwel alle lagere scholen hetzelfde onderwijspakket? Duidelijke eenheid in leerstof en de periode hiervoor met klassikaal les. Nu kan een kind van de basis school verhuizen en op de nieuwe school met andere leermethoden weinig meer herkennen. Elke zichzelf respecterende school gebruikt de beste methode, goed voor de papierindustrie, de pedagogische ontwikkelaars en natuurlijk voor de leerlingen. Scholen hebben niet voor niets een eigen profiel met leerstof aangepast voor de kinderen van die school. Netwerken daar werd niet zoveel over gehoord, over burenhulp wel. Nederland 1, 2, 3 dat was het dan in televisieland. Rampen kwamen ook niet in zo uitvoerig in het nieuws. Een boot te water laten was regelmatig nieuws. Geloof en politiek gingen hand in hand, ieder bij zijn eigen achterban. En nu, chatten op internet en sms-jes versturen, niet weten naar welke disco we nu moeten gaan. Jawel het is anders. Politie boezemt al lang niet meer automatisch gezag uit. Meesters en juffen zijn al jaren jij en jou. We gaan gelukkig weer terug naar buurt- en wijkagenten net als toen. Een ULO, nee een schoolgemeenschap, een fabriek met tieners, gelukkig het personeel dat nog oog heeft voor het individu. De stoep moet de gemeente zelf maar schoon, ieder z’n eigen stoepje is echt wel voorbij. Zondag is nog steeds zondag maar toch ook niet meer zoals toen. Aan tieners en jongeren van nu kan ook goed geld verdiend worden. Maar ondanks al dat geld, de educatieve –en pedagogische begeleiding; (ook) bij vrijwel alle soorten jeugdwerk staat nog te vaak stil als er geen vrijwilligers zijn die het draaiende houden. Vroeger waren beroepskrachten hier vanzelfsprekend ook bij aanwezig. Gelukkig komen steeds meer instellingen er achter dat de beroepskrachten in het “veld” terug moeten. Met een beetje geluk is er wel weer een subsidiepotje waar niemand om gevraagd heeft. Met een beetje pech kan je niks krijgen als het welzeker een goed doel na kan streven. Het is een tijd dat er zoveel tegelijk op jongeren afkomt. Nu een keuze maken met het veel grotere aanbod dan vroeger, een goede keus maken kan dan wel eens moeilijk zijn. Een gedoogbeleid omdat we het toch niet kunnen keren, jawel dat is roeien met de riemen die we hebben. Maar hebben we wel een andere keus in deze zo ingerichte maatschappij. De buurvrouw hielp bij ziekte in een ander gezin, nu de thuiszorg. Ze noemde het niet sociale bewogenheid maar haar plicht. Vandaag is daar een instantie voor, daar betalen we toch ook voor! Ja de tijd is verandert, dat is onomkeerbaar en vanzelfsprekend. Problemen als milieuvervuiling of energieschaarste dat bestond niet. Energieschaarste? Toen ik op de lagere school zat en vroeg; maar raakt dat niet op? Nee, 42 jaar geleden werd hier om gelachen, onze kinderen nu worden hier wel anders mee geconfronteerd. Stilte, daar loop je toch voor weg, je zou toch eens jezelf tegenkomen. Het is wel eens goed om een rustpunt te zoeken of een verplicht lesuur bekken-op-elkaar. Of een meditatie in plaats van een extra vakantie boeken. Participatie hebben wij niet uitgevonden, dat bestaat al eeuwen. Maar wij benoemen alles en hierdoor krijgt het een betrokken beeldvorming. Opeens weten we waar we mee bezig zijn en waar wijzelf staan. Zouden daarom die netwerken en samenwerkingsverbanden zo belangrijk zijn geworden? We houden ook beter in de gaten wat bij een ander thuis hoort, de kreet; hier ben ik niet voor – komt nogal eens voorbij. Dus; alles was vroeger beter? Natuurlijk niet. Alles is nu slechter? Zeker niet! Maar we zouden wat voorzichtiger moeten zijn met afschaffen wat goed is, ook al lijken we hierdoor een beetje ouderwets. Al met al; uitdagingen genoeg!
Jongeren worden in onze samenleving meer en meer aangesproken als regelaar of beslisser. Wij verwachten van hen dat ze keuzes kunnen maken en verantwoordelijkheden kunnen nemen. Onze maatschappij stelt ook flinke eisen; zelfcontrole, zelfvertrouwen, zelfstudie, zelfredzaamheid tot aan zelfreflectie toe. Dat is heel wat om hen zo op te zadelen met de organisatie van hun eigen levenstraject. Wij moeten ons zelf kritisch blijven afvragen hoe breed de participatie, de raadpleging tot aan de medebeslissing, van jongeren binnen het jeugdbeleid is. Wanneer dit het geval is zullen wij, volwassenen, van jongeren werkelijke betrokkenheid en deelname aan sociale processen vast moeten kunnen stellen. Op lokaal niveau is deze deelname stimulerend en het biedt meer perspectief. Immers, de lokale overheid doet recht aan de belevingswaarde van jongeren en hun bestaan. Jeugdparticipatie zal meer moeten zijn dan overleg en inspraak van overheden en instanties. De dimensie moet uitgaan naar ervaren, deelnemen en beleven, een brede integratie een breder beleid. In de praktijk kan dit de intolerantie van jongeren verminderen. Dus haal jongeren binnen in het jeugdbeleid. Want dan kunnen zij niet alleen keuzes maken, verantwoordelijkheden nemen, aangesproken worden of regelen – zij kunnen ook leren. Zij krijgen ondersteuning en doen ervaringen op, zij worden zo geoefend en ontwikkeld. Dat zijn twee vliegen in één klap want de jongerenparticipatie is breder en deze jongeren krijgen meer ondersteuning en ervaring om te kunnen kiezen, regelen of te beslissen. En het jeugdbeleid zelf dat wordt er nooit minder van.

Ook in het straathoekwerk ben je onderhevig aan allerlei vooroordelen en kritiek. Wat door omstanders “gezien” wordt is lang niet altijd wat werkelijk gebeurd. Zelf heb ik met vallen en opstaan moeten leren om met het geven en krijgen van kritiek om te gaan. Juist wanneer de doelgroep zo belangrijk is voor iemand, is het geven van kritiek aan anderen, die zich ook voor deze doelgroep inzetten onderhevig aan eigen indrukken. Wanneer ik mijzelf of een ander zichzelf te snel beschermd en de kritiek wegwuift heeft kritiek geen enkele zin. Ik heb moeten leren om kritiek te begrijpen door eerst goed naar het verhaal van die andere te luisteren. Niet eerst verdedigen of verontwaardigd zijn maar eerst proberen de beweegredenen van die ander eigen te maken. Zelfs wanneer ik niet overtuigd ben blijf ik zoeken of werken voor het meest positieve. Weglopen is dan geen optie voor mij, dit in tegenstelling met vroeger toen ik makkelijker naar een andere samenwerkingsvorm zocht.
Wanneer kritiek terecht is wil ik er niet voor weglopen. Ik wil mij dan niet gaan verschuilen achter m’n stichting. Ik voel mijzelf dan ook persoonlijk aangesproken. Het is te gemakkelijk om in zo’n geval te zeggen; ja, maar dat is het beleid van ons of dat zijn de regels of afspraken die we met elkaar gemaakt hebben. Zodra ikzelf in actie ben (geweest) en ikzelf dus verantwoordelijkheid heb opgenomen is alles wat hier uit voortvloeid ook op mij terug te koppelen.
De Gereedschapskist
Om goed aan de weg te kunnen timmeren heb je goed gereedschap nodig en een EHBO-koffer.
Inlevingsvermogen, waardoor je soms waarschijnlijk minder snel zegt; ik heb je drie keer gewaarschuwd nu donder je maar op. (een voorbeeld)
Sommige tieners of jongeren (volwassenen) missen de vaardigheid om met afspraken om te gaan of kunnen door hun snelle opvliegendheid deze afspraak toch niet nakomen.
Succes krijgt meer kans door eerst aan die onvaardigheid of opvliegendheid voldoende aandacht te besteden.
Andere tools; betrouwbaarheid, betrokkenheid, tijd(nemen), geduld(hebben),eerlijkheid, opzoeken, en meer.......
zoals kunnen aanmoedigen, opmonteren, motiveren, aansporen en samenwerken, participeren, overdragen, loslaten.
Door contacten met andere ambulante jongerenwerkers, straathoekwerkers e.a. moet eerlijkheidshalve dit lijstje aangevuld worden.
Er is nogal eens iemand even uit de roulatie en dat heeft nogal eens te maken met:
Jouwzelf niet laten afschrikken of “veilig” gaan werken omdat straathoekwerk ook wel eens persoonlijk moet worden en anderen een beeld krijgen maar niet op de hoogte (kunnen) zijn van wat je werkelijk voor iemand aan het doen bent. Menig straathoekwerker of ambulant jongerenwerker beseft dat hij of zij vanuit een instelling werkt maar is zichzelf goed bewust voor wie dit werk uiteindelijk bestemd is. Probeer het dan maar uit te leggen aan degene die hier echt belangstelling in heeft, vaak wordt het dan wel begrepen.
Jezelf niet uit het veld laten slaan wanneer anderen vinden dat je met hulpverlening bezig bent, terwijl jij overtuigd bent dat je voor iemand juist werkt naar deze hulpverlening. Mededelingen hierover kunnen lang niet altijd in verslagen, privacy van die persoon waar je mee te maken hebt komt op altijd de eerste plaats.
Stelling durven nemen, in de omgang met jongeren, de netwerken etc. wanneer grenzen bereikt zijn moet dit ook uitgesproken worden en natuurlijk moet er dan ook naar gehandeld worden. Openheid, informatie en inspraak moeten altijd aanwezig blijven. Bijvoorbeeld wanneer jongeren terecht of onterecht een belangrijke jongerenvoorziening of een activiteit zien verdwijnen mogen en kunnen zij altijd reageren. In het gastenboek van deze site bijvoorbeeld kon dat ook. Wanneer taalgebruik onbeschoft wordt, mensen onderuit worden gehaald en kritiek alleen maar verder afbreekt dan is het doel van dit gastenboek niet bereikt. Naast die openheid, informatie en inspraak moet er rekening worden gehouden met gevoelens van anderen en er moet ruimte blijven voor, respect en opbouw.
Gelukkig zijn er goede netwerken en anders zijn er wel mensen binnen organisaties zoals bij de M.O.S. die netwerken ontwikkelen of meehelpen ontwikkelen. Voor mijzelf heb ik gemerkt dat belangrijke netwerken zeker de netwerken zijn die van onderaf ontwikkeld worden. Deze netwerken koester ik en onderhoud ik zelf. Ze ontstaan vanuit persoonlijke omstandigheden maar een eenmaal ontwikkeld netwerk kan vaak ook voor anderen gebruikt gaan worden. Dit zijn altijd mensen uit verschillende leefomgevingen van deze jongere. Dat zijn de mensen die ik direct nodig heb voor een jongere. Omdat ik zoveel bij tieners en jongeren kom ontstaan hier uit ook netwerken die direct aansluiten bij de behoeften voor die ene tiener of jongere. Dat zijn de mentor of maatschappelijkwerker bij een school, de huisarts, een ouder of een hulpverlener van iemand. Op deze manier ontstaat de meest praktische, doelmatige en overzichtelijke samenwerking. Een netwerk van mensen die al betrokken zijn met deze tiener of jongere. Regelmatig kunnen wij elkaar helpen en merken wij dat er hierdoor beter gereageerd wordt en er geen tijd verloren gaat aan onnodige inmenging van nog meer anderen. Voor de jongere is er zo ook meer duidelijkheid en juist door deze directe betrokkenheid voelt zo iemand zich meestal veiliger.
We zitten er allemaal bij in die netwerken, het wordt een sluitend geheel. Alle disciplines van laagdrempeligheid tot de expertise. Natuurlijk blijft de gezondheidszorg en hulpverlening hierbij niet achter. Zo zijn er goede netwerken en minder goede netwerken. Uiteindelijk bepaalt de zwakste schakel hoe sterk zo’n netwerk wordt. Soms is die schakel er niet eens terwijl er veel energie in dat netwerk gestoken is. Veel disciplines kunnen er in zitten en toch ontbreekt er wat. Jammer want dat zou wel eens een belangrijke schakel kunnen zijn. Dit netwerk hoeft niet een vaste plek te hebben omdat het wisselend maar wel belangrijk moeten kunnen zijn. Dat zijn niet de mensen uit de hulpverlening of andere instellingen dat zit vaak wel goed. Maar wanneer van onder-af-aan een netwerk wordt opgebouwd zullen automatisch de mensen worden genoemd die dicht bij de cliënt staan. De mensen die wel een goede band hebben met degene waar het in een bepaald geval over gaat. Zij kennen en weten veel van zo iemand maar worden vrijwel nooit genoemd laat staan gevraagd. Daarmee kan veel winst behaald worden. Dus in het belang voor iemand zou een buurvrouw of vriend in een netwerk uitenodigd moeten kunnen worden.
Pubers kunnen intensief met zichzelf bezig zijn. Soms bang om volwassen te worden, soms willen ze kind blijven. Ze kunnen extra angst hebben over hun ontoereikend gedrag, van hun kunnen en van hun falen. Maar mensen die dicht bij hen staan; zoals ouders, leerkrachten e.a. kunnen dit gevoel ook stimuleren. Deze tieners en jongeren zoeken elkaar gemakkelijker op en vormen soms hechte groepen. Dit soort groepen ontmoet ik regelmatig. In zo’n groep vinden zij veiligheid en met elkaar is er een soort machtsgevoel. Afkeuring vanuit zo’n groep vinden zij vaak erger dan afkeuring van volwassenen. Er is een vorm van lidmaatschap met eigen regels. Binnen deze groep kan iemand actief zijn op een manier welke nooit buiten deze groep zou plaats hebben gevonden. Deze tieners die jongeren en deze jongeren wil ik als aankomende volwassenen zien. Kansarme jongeren, kwetsbare jongeren, randgroepjongeren er zijn nog wel meer termen te noemen om jongeren in een hokje te plaatsen. Ik heb ik veel van deze jongeren het zien redden. Natuurlijk moeten zijzelf de doorslag geven maar van ons mag verwacht worden dat wij in de periode “hier-voor” betrokkenheid tonen, doorzettingsvermogen hebben en hen, stuk voor stuk, laten voelen dat ze belangrijk zijn.