
Het is duidelijk dat een mobiele voorziening goed inspeelt op actuele gebeurtenissen. Een bus is hier een geweldig hulpmiddel bij, door te kiezen voor een kleinere bus die ook in smallere straten kan komen worden pas echt zoveel mogelijk (doel)groepen bezocht. Een klein aantal vaste standplaatsen en een paar dagdelen per week gebruiken is al snel onvoldoende! Maar ook nu zal het “voeten” werk door gaan. Op koopavond eens in het winkelcentrum strunen, de parken in, het blijft afwisselend!
Het project “BusPlus” werd begonnen in 2001, men vond dat er voldoende signalen waren om met “outreachend” straathoekwerken in te zetten. Kort gezegd; er was behoefte aan iemand die zelf tieners en jongeren opzoekt want het ontbrak aan inzichtelijkheid en communicatie. Politie Friesland en gemeente Smallingerland hebben deze (proef)periode samen betaald. Rond 2003 werd “Bus+” binnen het reguliere tiener- en jongerenwerk als werkvorm voortgezet. Hier onder valt te lezen waarom, voor wie en hoe! Het belangrijkste staat er misschien niet eens duidelijk bij en misschien ook niet op de andere pagina’s en dat is:
Een straathoekwerker is iemand waar een tiener of jongeren steun aan kan hebben, waar je tegen aan kunt leunen wanneer er niemand voor je is of lijkt te zijn. Een straathoekwerker is iemand waar bij jij jezelf durft te zijn en waar jij met jouw onmacht, dwangmatigheden of eenzaamheid terecht kan zonder dat hier tegelijkiets van jou verwacht wordt.

De gemeente Smallingerland komt maandelijks samen met Verslavingszorg, Politie (buurtagent/jeugdzorg), Veiligheidzorg Smallingerland, Maatschappelijke Onderneming Smallingerland, het Jeugdloket Smallingerland (JIF) en het outreachend straathoekwerk in het J.O.S. overleg. Andere belangrijke netwerken voor het jeugd- en jongerenbeleid kunnen ook uitgenodigd worden. Het straathoekwerk is ontwikkeld en begonnen vanuit dit netwerk. Wanneer wij in dit overleg bijelkaar komen wordt er over de ontwikkelingen de voortgangsactiviteiten, de overlastplekken maar ook over risicogedrag, bijvoorbeeld buurtoverlast en het risicogebruik zoals drugsgebruik onder tieners en jongeren gepraat. Positieve ontwikkelingen zoals nieuwe of verbeterde voorzieningen, goede verwijzingsactiviteiten en participerende inzet van jongeren krijgen vanzelfsprekent aandacht. Nadat de M.O.S. Het outreachend straathoekwerk heeft binnengehaald is het een volwaardig onderdeel geworden bij het reguliere tiener- en jongerenwerk.

Omdat er jongeren zijn die, om wat voor reden dan ook, nog niet bekend zijn met het actuele reguliere jeugd- en jongerenwerkaanbod.
Omdat er ook tieners en jongeren zijn die lastig gevonden worden in wijken en straten.
Om de wensen en behoefte van tieners en jongeren goed in het zicht van de gemeente te brengen.
Niet onbelangrijk zijn de tieners en jongeren waar het risicogebruik (drugs, drank etc.) voor problemen kan zorgen.
Omdat jongeren wel eens moeite hebben om aan een baan te komen of te vaak spijbelen van school.
En dan zijn er altijd ook nog tieners en jongeren die graag een eigen plekje in de buurt willen krijgen.
Natuurlijk….. deze lijst kan nog veel langer worden gemaakt, zoals….
Er kunnen buurtbewoners zijn die een groep jongeren spuugzat zijn, soms terecht soms onnodig.
Geluidsoverlast vlak voor je huis, steeds weer die rotzooi voor je deur, je zou er maar wonen.
Ook hierover kan een lange lijst worden opgeschreven.
(niet altijd is er sprake van overlast, een groepje jeugd op stoep kan ook voldoende irritaties opwekken bij omwonenden).
Eén van de mogelijkheden om de straat of buurt voor iedereen leefbaar te houden is het straathoekwerk.

Jongeren zullen serieus genomen moeten worden net zoals de buurt.
Het straathoekwerk is een logische aanvulling naast de activiteiten van politie en S.V.S., bijvoorbeeld wanneer jongeren die eigen plek willen.
De straathoekwerker kan bemiddelen of contacten leggen tussen jongeren en de gemeente of andere personen en instellingen.
Dit straathoekwerker kan ook een sturende of verwijzende rol naar bestaande voorzieningen zoals het Jeugdloket of andere instanties.
In de dagelijkse praktijk wordt, wanneer dit wenselijk is, samengewerkt met gemeentelijke regiomanagers, wijkraden, de jongerenwerkers,
opbouwwerkers en agogen van de M.O.S. en met wijkagenten en de S.V.S.

Investereringen op het gebeid van Integraal Jeugdbeleid en Integraal Veiligheidsbeleid zijn vanaf eind 2001 aangevuld met de inzetbaarheid van het bus+ (pilot)project.
Vanuit het protocoloverleg; politie, welzijn, gemeente en verslavingszorg worden de risicoplekken vastgelegd en besproken.
In aanmerking komende plekken worden bezocht door het mobielstraathoekwerk.
Door structurele en vooraf afgesproken bezoekjes mét en aan groepen jongeren is er herkenbaarheid,
wisselwerking en betrouwbaarheid ontstaan. Hierdoor kunnen onderwerpen zoals risicogedrag en risicogebruik serieus besproken worden met jongeren.

In dit project moesten jongeren bereikt kunnen worden die:
nog te veel of helemaal buiten het beeld blijven;
die al te vaak met volwassenen gepraat hebben en opnieuw het vertrouwen hervinden moeten;
een negatieve groepsuitstraling in de straat of buurt hebben;
vanuit preventief oogpunt extra aandacht of ondersteuning willen of nodig kunnen hebben;
kwetsbaarder zijn en behoefte hebben aan duidelijkheid, erkenning en structuur;
overlast veroorzaken met agressie, vandalisme, criminaliteit, drugs- en drankgebruik;
maatschappelijk dreigen uit te vallen.

Door dit project moest er informatie naar voren komen over de:
wensen en behoeften van jongeren;
de werkelijke belevingswereld van groepen jongeren;
knelpunten met bewoners in een straat, buurt of wijk;
de sociale- en maatschappelijke situatie van personen en groepen;
ondersteuning die jongeren missen en nodig hebben;
kwetsbaarheid en persoonlijke omstandigheden van jongeren.
De manieren waarop contact moest kunnen worden onderhouden:
door belangstelling te tonen;
door jongeren persoonkijk en in groepen op te zoeken met persoonlijke- en groepsgesprekjes;
met voorlichtende – en preventieve gesprekken en activiteiten en materiaal ter ondersteuning;
met verwijzende gesprekken en activiteiten ter ondersteuning;
afhankelijk van omstandigheden met niet-confronterende- of confronterende -(onderhoudende) gesprekken met jongeren en de directe leefomgeving;
door contacten te maken, te verbeteren of te ondersteunen tussen jongeren en volwassenen.

Contacten met doelgroepen c.q. hanggroepen moeten zijn verbeterd en dit zal terug te vinden moeten zijn in het zicht op hun problemen en behoeften.
Een aantal doelgroepen maakt structureel gebruik van de camper en hebben hier positieve waardering voor.
1 jaar na start van het project:
Er zijn concrete bruikbare suggesties opgeleverd over hiaten in het beleid en Jongerenwerkaanbod
(onderzoek)
Een steekproef onder de doelgroep wijst uit dat meer dan de helft van de doelgroep het Bus + project kent, en kunnen aangeven waarvoor dit project is opgezet.
(Deze steekproef is bewust onafhankelijk uitgevoerd en niet door de straathoekwerker zelf).
(voortgang – Evaluatie en Vervolg)
Het project moet een meerwaarde opleveren voor het integraal jeugd- en Veiligheidsbeleid (samenwerking met politie en SVS op uitvoerend niveau)
Het project kan onder bepaalde voorwaarden en in afstemming met andere projecten, vertaald worden in beleid met een gewenste capaciteit.

De specifieke opdrachten die voor het bus+ project in aandacht voorrang kregen:
Verslaglegging van alle straathoekwerkactiviteiten binnen het pilotproject.
In de dagelijkse praktijk moet dit straathoekwerk zichzelf duidelijk presenteren aan jongeren.
Jongeren moeten weten waarom dit project wordt uitgevoerd.
De camper moet een ontmoetingsplek zijn waar een meerwaarde aan moet zitten.
Gesprekken, voorlichtings- en preventiefmateriaal, voorlichtingsactiviteiten en doorverwijzing zijn peilers.
Eventueel is de camper een tijdelijk J.O.P. plek. (jongeren ontmoetingsplaats / hanghok).
Preventief / Curatief
Contact zoeken en een relatie opbouwen met jongerengroepen en groepen die een risico (kunnen) vormen.
Doorverwijzing en begeleiding van tieners en jongeren naar het aanbod van het de reguliere jongerenwerk.
Doorverwijzing naar het hulpverleningscircuit bespreekbaar maken en (indien gewenst of wenselijk) bemiddelen.
Overlast bezorgende groepen en preventief signaleringsgroepsvormende jongeren in contact brengen met netwerken om samen aan verbeteringen te werken.
Contact houden en een voortgangsrelatie opbouwen met overlastbezorgende groepen en anderen die hierbij betrokken zijn.
(zoals buurtnetwerken, regiomanagers, vrijwilligers)
Op de praktijk gerichte samenwerking (welzijn en veiligheid) en communicatie met politie / SVS op buurt- en op gemeentelijkniveau.
Buurtgericht werken, met tieners en jongeren, wijkraden, omwonenden etc.
Flexibel
Gebruik maken van de mobiliteit en het netwerk om snel in te springen op signalen uit de gemeenschap.
Verslavings- en experimenteergedrag
Indien wenselijk communicatie en samenwerking en activiteitenontwikkeling met agogen van de M.O.S.
en verslavingszorg (Kuno van Dijkstichting) e.a.
Het gestructureerd overleg loopt via het JongerenProtocoloverleg (gemeentelijk) sinds 2008 heet dit overleg J.O.S..
Voortgangsbegeleiding en ondersteuning vanuit Maatschappelijke Onderneming Smallingerland.
Netwerkoverleg; bijvoorbeeld met wijk/buurtagenten en S.V.S.
Participerende overlegactiviteiten met voldoende betrokkenheid van tieners en jongeren.
(Daarom moeten de signalen, wensen en behoeften uit de doelgroepen altijd snel doorgespeeld worden)

Bus+project in Smallingerland slaat aan
Er is een evaluatie uitgevoerd van het "Bus + project" in Smallingerland: een straathoekwerker rijdt met een camper door de gemeente en zoekt groepen jongeren op die rondhangen op straat. Hierbij gaat het meestal om kwetsbare groepen die niet of moeilijk te bereiken zijn via het reguliere jeugd- en jongerenwerk. Vaak hebben de groepen het gevoel dat ze niet serieus genomen worden en overal worden weggestuurd, waardoor hun gedrag steeds negatiever wordt. Het "Bus + project" benadert deze groepen en probeert met hen deze vicieuze cirkel te doorbreken. Omdat het gaat om een nieuw project, is het belangrijk om na te gaan of het project werkt, of het de kosten en de moeite waard is en of het om die reden voortgezet moet worden.
Het project heeft in meerdere opzichten goede resultaten oplevert. Dankzij het project is er meer en beter contact met de hanggroepen en is er daardoor ook beter zicht op hun behoeften, wensen en problemen. De straathoekwerker neemt deel aan het maandelijkse jongerenoverlast-overleg in de gemeente en brengt hierbij veel kennis over de groepen in.

De jongeren hebben veel waardering voor het project: diverse groepen maken regelmatig gebruik van de bus, begrijpen waarom het project is gestart, hebben een goed contact met de straathoekwerker en waarderen zijn aandacht en hulp. Ook blijkt uit politiecijfers en uit het jongerenoverlast-overleg dat het project effect heeft. Vaak neemt de overlast al snel af na tussenkomst van de straathoekwerker, bijvoorbeeld door de bemiddeling van de straathoekwerker tussen de jongerengroepen, buurtbewoners en andere partijen. De straathoekwerker stimuleert dat de groepen nieuwe activiteiten oppakken en bekijkt met de jongeren, andere buurtbewoners en bijvoorbeeld de gemeente wat er gedaan kan worden om de situatie in de buurt te verbeteren. Verder leidt hij vaak groepen door naar bestaande jongerenvoorzieningen, en staat jongeren met problemen bij. Al met al gaan er belangrijke preventieve en kostenbesparende effecten van uit van het "Bus + project".
Uiteraard kent het project ook grenzen en zwakkere punten. Zo staat het project iets te veel op zichzelf en zou het nog wat beter ingebed kunnen worden in het jeugd- en jongerenwerk. Daarnaast staat of valt het project met de persoon van de straathoekwerker. Met name door diens grote enthousiasme heeft het project veel succes, maar de basis is smal. Ook is het voor buurtbewoners niet altijd duidelijk wat het project inhoudt of wat de bus in hun buurt doet. Een betere belettering van de bus en artikelen in wijk- en dorpskranten kunnen hier mogelijk verbetering in brengen. Verder is het "Bus + project" geen wondermiddel: bij sommige grote en oudere groepen is het negatieve gedrag zo ingesleten dat de straathoekwerker en het jeugd- en jongerenwerk niet meer zo veel met hen kunnen. In dat geval blijft inzet van jeugdhulpverlening of politie nodig.
Naar schatting hangen in Smallingerland rond de 200 jongeren regelmatig op straat rond. Op een totaal van 7.500 jongeren tussen 13 en 24 jaar in de gemeente gaat het om ongeveer 2,7%. Met ruim de helft van deze 200 jongeren lijkt weinig aan de hand: zij zijn prima aanspreekbaar en met hen zijn goede afspraken te maken. De evaluatie laat nog eens duidelijk zien dat het beeld dat burgers over jongeren hebben, vaak veel negatiever is dan de werkelijkheid rechtvaardigt. Een verhoudingsgewijs kleine groep van 1,3% blijkt in belangrijke mate dit beeld te bepalen. Dit is dan vooral de groep die bijvoorbeeld psychische problemen heeft, een zwakke thuissituatie kent, overmatig drank gebruikt, softdrugs of andere drugs gebruikt, licht crimineel is of ander signaalgedrag vertoont. Door positieve krachten in de groepen te stimuleren, jongeren met problemen verder te helpen en negatief gedrag tegen te gaan kan de straathoekwerker veel doen om problemen van of overlast door deze jongeren tegen te gaan.

Afgelopen jaren is gebleken dat het niet altijd nodig is om op signalen van overlast te wachten. Jongeren die uit het zicht dreigen te raken hoeven niet direct met overlast te worden geassocieerd.
Persoonlijke gesprekken met tieners en jongeren op een ongedwongen manier hebben de voorkeur gekregen. Dat is ook de reden dat de bezoekjes met de bus ’s avonds zijn en meestal de persoonlijke gesprekken ergens overdag zijn. Dit praten met elkaar werkt meestal het best door niet van achter een bureau of om de tafel te praten, maar door er op uit te gaan, naar buiten! Door te wandelen in een park of bos of in de winkelstraat. Tijdens zo’n wandeling komt er veel meer los en wordt er vrijer en eerlijker gepraat.
Ouders zijn belangrijk en als straathoekwerker kom ik regelmatig bij tieners en jongeren thuis. Zowel op een tienerkamer als met ouders wordt dan gesproken. Bij het reguliere tiener- en jongerenwerk was en is huisbezoek veel minder aan de orde terwijl dit voor het straathoekwerk juist onmisbaar is.
Project moest met 2 jaar verlengen om vast te kunnen stellen of het project in het regulierpakket opgenomen kan worden.
Het "Bus + project" was tijdelijk; het project is omgezet en structureel ondergebracht bij het reguliere jeugd- en jongerenwerk.
Het reguliere tiener- en jongerenwerk is beter geïntrigeerd met het outreached straathoekwerk en omgekeerd.
Activiteiten worden samenhangend opgepakt of we helpen elkaar een handje voor elkaars activiteiten.
De aanbevelingen van de Tussenrapportage zijn overgenomen en in de jaarlijkse verantwoording opgenomen (2004/2005/2006/2007/2008/2009)
Zonder dat de pioniersgeest en vrijheid wordt beknot het straathoekwerk inbedden en organisatorisch onderbrengen bij het tiener- en jongerenwerk.
Op deze manier kan het reguliere tiener- en jongerenwerk versterkt worden.
Het straathoekwerk kan nog te vaak nergens heen met goede ideeën en wensen van groepen tieners en jongeren.
Vervolgtrajecten moeten kunnen worden gestart. Hieraan wordt in grote mate voldaan!
De beeldvorming van het project moet positief beïnvloed worden. Dit is verbeterd!
De lijnen naar andere netwerken moet korter en duidelijker. Sterk verbeterd!
Er is zelfs vanuit de VNN een outreached straathoekwerker bijgekomen!
Voortzetting van de aanpak om niet te sterk te focussen op de negatieve kanten maar op de positieve kanten blijven inspelen.
Dit blijft structureel het uitgangspunt!
OPMERKINGEN:
In januari 2007 hebben 2 statigeres onder tieners en jongeren een enquête gehouden. Hun conclussie:
Het straathoekwerk is onmisbaar!
Vanaf 2008 wordt er goed samengewerkt met Buurt Onderwijs en Sport (BOSproject), wij helpen elkaar waar nodig!
Vanaf 2008 is er merkbaar betere samenwerking met leefgroepen, hulpverleningsinstanties en zorginstellingen!

Verantwoording & verslaglegging over de inhoud Frank de Koster
© Informatie o.a. verkregen vanuit openbaar gemaakte verslagen en artikelen – internet, dagbladen en de gemeente Smallingerland.